De ademhaling

Door te ademen (stofwisseling) kunnen organismen vreemde biomassa (voeding) en zuurstof omzetten in kooldioxide en water, waardoor ze energie winnen. Kooldioxide en water worden uitgescheiden, dus bij wijze van spreken ‘uitgeademd’. Fotosynthese en ademhaling vormen een gesloten kringloop.

Groene planten en algen zijn in staat om deze kringloop volledig te doorlopen. Overdag doen ze aan fotosynthese en bouwen ze organische biomassa op, hierbij gebruiken ze het zonlicht als energiebron. Zuurstof is hierbij een afvalproduct dat aan de omgeving afgegeven wordt. 's Nachts schakelen ze hun stofwisseling om en putten ze uit hun energiereserves, terwijl ze zuurstof verbruiken. Alle andere organismen kunnen slechts een deel van de koolstofkringloop doorlopen. Bij hun ontbreken de groene pigmenten die nodig zijn voor de fotosynthese. Ze nemen energierijk voedsel op en zetten dit om in organische biomassa. Dit proces noemt men ademhaling. Hierbij wordt zuurstof verbruikt en kooldioxide uitgescheiden.