De voedselpyramide en het voedselnet

De organismen in natuurlijk water zijn door veelsoortige relaties met elkaar verbonden. Idealiter vormen planten en algen als producent de voedselbasis voor het ecosysteem vijver. Ze worden opgegeten door plankton, die op hun beurt weer door de grotere organismen worden gegeten. Vissen voeden zich met deze kleine organismen en plankton of met de daaropvolgende schakels van de voedselketen. Er zijn ook zuivere planteneters onder de vissen. De uitwerpselen van vissen, afgestorven plankton en stukken van planten worden door bodemorganismen verder omgezet en uiteindelijk door de micro-organismen gemineraliseerd. Bij de mineralisatie worden organische verbindingen ‘geoxideerd' en tegelijkertijd komen ook voedingsstoffen vrij zoals nitraat of fosfaat. Deze voedingsstoffen staan dan op hun beurt ter beschikking van de planten en algen, zodat ze kunnen groeien.

Op deze manier is de cirkel helemaal rond. Deze cirkel toont heel duidelijk hoezeer de afzonderlijke organismen op elkaar aangewezen zijn. Die verbinding noemt men ook voedselketen of nog beter voedselnet. De stabiliteit van het voedselnet is van doorslaggevend belang voor het biologische evenwicht. Hoe meer verschillende soorten voorkomen, hoe stabieler het voedselnet is en dus ook het volledige ecosysteem. Als er van buitenaf in een deel van het voedselnet ingegrepen wordt, dan is dat van invloed op alle organismen.

Omdat bij het „eten“ en „gegeten worden“ telkens energie- en stofverliezen tot 90% optreden, wordt de voedselketen vaak weergegeven als een pyramide (afb.4). Een eenvoudig voorbeeld om dit verband duidelijk te maken: Met 100 kg sojameel kan men 10 kg varkensvlees produceren, dat dan voor consumptie door de mens gebruikt kan worden. Als de mensen zich direct met sojameel zouden voeden, dan zouden 10 keer zoveel mensen daarvan kunnen leven.

Afbeelding 4: De voedselpyramide in het water