Biologische grondbeginselen

Inleiding

Zwemvijvers komen overal steeds meer in trek. Ze vormen een prachtige aanwinst voor de tuinarchitectuur en bieden een nieuwe levensruimte voor vele levende wezens in en om het water. Zo zorgen de eigenaren van een tuinvijver niet alleen voor een optische verfraaiing van de tuin, maar ook voor een ecologische biotoop voor vele dieren en planten. Ook diverse siervissen, zoals bijv. goudvissen of kleurrijke kois, worden graag in een tuinvijver gehouden.

Tuinvijvers zijn in alle denkbare groottes en vormen te verkrijgen. Kleinere vijvers worden vaak als kant-en-klare vijvers ingebouwd, terwijl grotere vijvers meestal als folievijvers aangelegd worden of als natuurlijke vijvers met een afdichting op basis van klei. De diepste plek heeft in de regel een diepte van meer dan 100 cm en is dus vorstvrij. Bij koivijvers moet de minimale waterdiepte 1,50 m bedragen. Oase houdt voor u een omvangrijk productassortiment voor de vijverbouw gereed.

In natuurlijk, gezond water is het biologisch evenwicht stabiel. Verschillende planten, plankton, vissen en micro-organismen zijn via de zogenaamde voedselketen van elkaar afhankelijk. Elke ingreep die van buitenaf op een van de schakels van deze keten plaatsvindt, heeft automatisch ook invloed op alle andere organismen van dit ecosysteem. Een natuurlijk ecosysteem is binnen bepaalde grenzen in staat om storingen op te vangen. Kunstmatige ecosystemen, zoals tuinvijvers met visbestand bijvoorbeeld, kunnen echter al door kleine storingen permanent uit hun biologisch evenwicht gebracht worden.

De meeste problemen die zich in een tuinvijver voordoen, worden veroorzaakt door overbemesting als gevolg van een te hoog visbestand en van teveel visvoer. Door de geringe grootte van de tuinvijvers kunnen het overtollige visvoer en de visuitwerpselen zonder hulp van buitenaf niet blijvend afgebroken worden. Door kunstmatige voedingsstoffen toe te voegen heeft de mens ingegrepen in het biologische evenwicht. De overbemesting die daaruit voortvloeit, door experts ook wel eutrofiëring genoemd, leidt tot algengroei en grasgroen water en vertroebelt - letterlijk - de vreugde van de eigenaar van een tuinvijver.

In het begin heeft dit geen negatieve invloed op de organismen in de vijver. In hun groeiperiode produceren de algen overdag zuurstof die vervolgens aan het water afgegeven wordt. s´Nachts verbruiken de algen en planten echter zuurstof en geven kooldioxide aan het water af. Na een paar dagen of weken sterven de algen af en zinken naar de bodem. Terwijl ze zinken en als ze op de bodem liggen, worden ze door plankton en micro-organismen (bacteriën en schimmels) verteerd. Deze organismen leggen maar een klein gedeelte van de voedingsstoffen stikstof en fosfaat (N en P) in hun eigen biomassa vast, de rest wordt aan het omringende water afgegeven. Dit overtollige fosfaat kan heel goed verwijderd worden door de Oase Phosless kolommen. Dit hele afbraakproces wordt mineralisatie genoemd.

Tijdens de mineralisatie wordt echter evenveel zuurstof verbruikt als de algen van tevoren hebben geproduceerd. Het zuurstofgehalte in het water neemt snel af, zodat vissen en andere waterorganismen stikken. Op dit moment verkeert de tuinvijver in een toestand, waaruit hij zichzelf niet meer op eigen kracht kan bevrijden.

Om een tekort aan zuurstof te voorkomen, worden circulatie- of fonteinpompen en filterinstallaties ingezet om het water met zuurstof te verrijken. De vijvers met stilstaand water worden door de watercirculatie veranderd in vijvers met „stilstaand stromend water“. Daardoor kan in stilstaand vijverwater een constante gasuitwisseling plaatsvinden en daardoor wordt de zelfreinigende kracht van stromend water aanzienlijk verhoogd. Navolgend worden de afzonderlijke factoren die dit proces veroorzaken en stimuleren, uitvoeriger beschreven en de werking van moderne vijverfilters uitgelegd.